De Baryton is vermoedelijk ontstaan vroeg in de zeventiende eeuw in Engeland, tijdens de regering van King James (1603 tot 1625). Al enkele decennia later verschijnt het instrument ook op het vaste land, meegenomen door Engelse musici, die aan de Europese vorstenhoven kwamen werken. De grootste bloei heeft het instrument gekend aan het hof van prins Nicolaus Esterhazy, waar Joseph Haydn hofmuzikant was. De prins zelf bespeelde de baryton en gaf Haydn regelmatig opdracht om voor ‘zijn’ instrument te schrijven. De meest geliefde combinatie met baryton was wel het barytontrio, baryton-altviool-cello, daarnaast is er een groot aantal trio's in de bezetting baryton-viool-cello, maar ook in grotere ensembles werd de baryton voorgeschreven. Verder bestaan er solosonates, duo's voor twee barytons en solonconcerten met kamerorkest. Weinigen zullen weten dat in meer dan 20% van de composities van Haydn een baryton voorgeschreven is. Ook vele andere componisten, waaronder Thomassini en Neumann, componeerden, vaak om in het gevlei te komen van prins Nicolaus werken voor "Dit instrument van koningen en de koning onder de instrumenten". In de tijd van Haydn had het instrument twee sets snaren om te bespelen en kan het beste omschreven worden als een zes- of zevensnarige Viola da Gamba met tussen de negen en zesenveertig resonanssnaren, die achter de hals langs lopen en daar kunnen worden aangetokeld. In vroegere tijden was er ook nog een derde register, van zes of meer snaren die over een vlakke toets naast het viola da Gamba-gedeelte liepen.
Het hier bespeelde instrument werd door de Haarlemse vioolbouwer Eduard van Tongeren in 2003 gebouwd voor een concert ter gelegenheid van een lustrum van de "Nederlandse Joseph Haydn vereniging". Daarna volgde nog een concert in Amsterdam en een radio-opname voor de AVRO. De baryton werd ten doop gehouden door Freek Borstlap, die ook nu het instrument zal bespelen. Het instrument is geïnspireerd op de baryton gebouwd in 1732 door Daniel Achatius Stadlmann in Wenen en bespeeld door prins Nicolaus Esterhazy.